
Stop met het opwarmen van de lucht en begin in plaats daarvan mensen op te warmen.
Als je ooit hebt geprobeerd een kleedkamer of een koude overgangsruimte op te warmen, weet je hoe moeilijk dat is. Je zet de verwarming op maximum, maar de warme lucht stijgt recht omhoog naar het plafond, terwijl je voeten nog steeds koud blijven. Het is energieverbruik voor niets en het veroorzaakt ongemak voor iedereen die zich in die ruimte bevindt.
Daarom gebruiken we plafondmonteerde infraroodemitters met kortegolfstraling.
Het geheim is dat deze emitters zich geen zorgen maken om de lucht. In plaats van te vechten tegen windstromen, sturen ze energie uit die zich met de snelheid van het licht voortbeweegt. Pas wanneer deze energie ergens op botst, wordt het ‘warmte’. In dit geval is dat iets wat een persoon is.
Het voelt alsof je in een straal zonlicht staat op een koude wintersdag.
Het beste aan deze apparaten is dat er geen tijd nodig is om ze klaar te maken voor gebruik. De filamenten zijn zo heet dat de warmte direct in je huid en spieren doordringt. Je hoeft niet twintig minuten te wachten tot de verwarming werkt. Je loopt gewoon eronderdoor en voelt de warmte al na een paar seconden.
Natuurlijk is het belangrijk om de installatie goed te doen. We moeten goed opletten bij het bepalen van de positie van de emitters. Als de ‘warmtekegel’ niet goed wordt gericht, ontstaan er storende koude plekken. We gebruiken kwartsglas om de onderdelen te beschermen en passen de vermogenswaarde aan, afhankelijk van of het gebouw werkt op 220V of 400V.
Ook moet de hoogte van de emitters precies goed worden gekozen. Als ze te laag hangen, zal degene die eronder staat het gevoel hebben dat hij wordt geroosterd. Maar als ze te hoog hangen, neemt de intensiteit af en verdwijnt dat ‘magische’ gevoel.
Let op: dit is geen vervanging voor je centrale verwarming. Kortegolf-infrarood is de snelste manier om een koude ruimte op te warmen, maar het werkt alleen in een bepaalde richting. Zodra je de emitter verlaat, verdwijnt de warmte. Het gaat er niet om de hele ruimte op een constante 72 graden te houden – het gaat erom een ‘warm zone’ te creëren op de plekken waar de warmte het snelst wordt verloren.